>>149
Jungle
Van het geld dat de crowdfunders mij schonken huurde ik een auto en reed naar Calais. De officiële naam van het kamp waar de migranten verblijven luidt Jules Ferry, maar wordt in de volksmond kortweg afgekort tot ‘Jungle’. Wie afslag 2 Z.I des Dunes Quest neemt aan de ringweg van Calais, rijdt er recht op af.
Er is geen toegangspoort, maar er staan wel een dozijn mobiele toiletten en direct daarna doemen provisorische winkeltjes op waar water en eerste levensbehoeften worden verkocht. Vervolgens is het een wirwar van zandpaden waarlangs in de bosjes onderkomens van hout en plastic zijn gebouwd.
Niemand neemt aanstoot aan mijn onaangekondigde bezoek. Soms wordt demonstratief bij het passeren op de grond gespuwd als teken van afkeuring en ook het nemen van foto’s wordt niet altijd op prijs gesteld, maar boze reacties zijn uitzonderlijk.
Gevaar volksgezondheid
Wel ligt overal rotzooi: lege bierblikjes, plastic zakken, weggeworpen kleding en als er bananen worden uitgedeeld blijven de schillen achteloos weggeworpen in de berm achter. Niemand die de rotzooi opruimt, wat toch een fluitje van een cent moet zijn met zoveel rondbanjerende werklozen.
Je mag het misschien niet hardop zeggen, maar ik denk dat de trieste aanblik de bewoners en de ondersteunende niet-gouvernementele organisaties in het kamp publicitair heel goed uitkomt. Namelijk om sympathie te genereren: ‘Zie eens hoe slecht de leefomstandigheden zijn’. Over de eventuele gevolgen voor de volksgezondheid maakt, zo te zien, niemand zich druk.
Maffia
Als voorbereiding voor de reportage belde ik rond. In Calais is de maffia actief vertelt Iraniër Saeed telefonisch vanuit Londen. Hij maakte illegaal per truck vanuit Calais de oversteek. “De smokkelbendes opereren vanaf rustplekken langs de snelweg, de zogenaamde ‘Aire‘, rond de stad waar chauffeurs rusten of tanken. Ze brengen je in groepen daar naar toe.”
De prijs voor een enkeltje Verenigd Koninkrijk varieert naar gelang de kans van slagen, tussen 400 euro, met veel risico om gesnapt te worden, tot twee- tot drieduizend euro met veel kans op succes omdat de chauffeur in het complot zit en je verbergt. “Je moet vooruit betalen via stromannen in Engeland of anders cash.”
De handel wordt gecontroleerd door met name Irakees-Koerdische families, zoals uit de stad Suleimaniya, en Afghanen, zegt de Iraniër. “Ze leven in het kamp of huren huizen in Calais.” De lucratieve handel is trouwens keihard. “Zonder betalen verjagen ze jou als vluchteling van de parking.”
Pistolen en messen
In de ‘Jungle’ erkent Eritreër Merhawy (20), smal donker gezicht met kort kroeshaar, het bestaan van geweld dat met iedere maffia-vluchtelingenpraktijk waar ook ter wereld samengaat. “De Afghanen dragen pistolen en messen. Ik heb het zelf gezien. Ze zeggen uit zelfbescherming, maar dat geloof ik niet.” Dan: “Ze zijn zeer gevaarlijk. Hun huid is wit maar hun mentaliteit is zwart”, lacht hij.
We kletsen voor een tent waar landgenoten aardappelen koken voor een gezamenlijke maaltijd. Hier huizen alleen Eritreeërs, zo heeft ieder volk zijn eigen enclave in het kamp.
De smokkelbendes weten dat er veel geld omgaat in de vlucht naar Europa. De voor repressie gevluchte scholier geeft een overzicht van zijn kosten. “Van Eritrea naar Soedan kostte mij 1500 dollar. Van Soedan naar Libië kostte 1800 dollar. Exclusief eten.”
De reis door de Sahara noemt hij trouwens het gevaarlijkste traject. “Twaalf dagen zaten we in een kleine truck met 25 mensen en reden in een colonne. We kregen nauwelijks water. Een voertuig kreeg panne en alle 25 inzittenden zijn door de dorst omgekomen.”
In Libië nam hij de smokkelboot voor 2200 dollar naar het Italië. En vervolgens was het een makkie naar Calais. Hij kent de voorstellen van de lokale maffia. Hem vroegen ze 500 euro. Voor dat bedrag laten ze je dan alleen de beste weg zien waarlangs je bij de trucks kan komen. Hij weigerde.
Verstekeling
Van zijn groep betaalt niemand. De jongelui – je ziet geen ouderen in het kamp – proberen het liever op eigen initiatief. Tot nu toe driemaal bij het station van Eurotunnel aan de andere kant van Calais, een wandeling van zo’n zeven kilometer. “In een groepje van vier of vijf man proberen we over het te klimmen. Daarna is het ieder voor zich. We proberen ons te verstoppen in een ruimte van één van de wagons of in de trucks die erop staan. De meeste kans maak je om 3 of 4 uur s ‘nachts. Dan zijn de politieagenten moe.”
Per dag zijn het er misschien zeven die het halen, stelt de Eritreër, maar anderen kampbewoners verzekeren dat het onmogelijk is na te gaan wie het lukt. Honderden, misschien wel duizend personen, wagen iedere nacht een poging. Heel soms horen ze via-via per telefoon dat een poging is geslaagd.